Nootjes van Dirk


12 april 2026

En er wás licht

Stelt u zich voor: het licht gaat uit. Nee, niet door stroomuitval, maar door een ongelukkige tochtvlaag omdat iemand de voordeur opentrekt en iemand anders de achterdeur. Waskaarsen.

Twee mannen… we noemen ze Hannes en Wiebe, maar iedereen weet dat ze anders heten… nemen de taak op zich om voor nieuwe vlammetjes te gaan zorgen, hoog boven hun hoofden in de kroonluchters van de Slotkapel.

De Worstelpartij

Allereerst: de ladder! Tweedelig scharnierend, vier meter lang. Draaien, draaien, draaien, ja zo gaat-ie goed. Rechtop zetten, Hannes duwt en Wiebe trekt. Houwen zo, ja toe maar. Gammel op de vloer van grafstenen. Elke steen heeft een eigen idee over wat horizontaal is en wat vlak.

Wiebe is de klimmer, Hannes de vasthouder. Wiebe klimt naar de gulden luchter, Hannes omklemt de stijlen. Wiebe opent een doosje lucifers; de ladder glipt van een randje. Het doosje vliegt open en het regent lucifers op de kale knikker van Hannes.

Poging Twee

Hannes klimt nu, Wiebe stabiliseert. Voor elke kaars een lucifer.

‘Je staat te hannesen’, riep Wiebe.

‘Jij staat te wiebelen’, riep Hannes.

Eindelijk, alles brandt. De deur zwaait open, Pieter komt binnen. Wwwwoessj, alle kaarsjes weer uit.

‘Maamemimo’, zong Pieter, ‘mamemimo mamemimo’.

‘Help’, riep Wiebe.

‘Help’, riep Hannes, die bovenop de ladder opnieuw de kaarsen aanstak.

Pieter keek omhoog langs de ladder, langs Hannes, naar de kaarsjes. ‘Rôôcket’, zong hij, ‘pointing up at the stars’.

De Oplossing

‘Dit gaat zo niet langer’, zei Hannes, ‘die lucifers moeten langer’.

‘Dit gaat zo niet langer’, zei Wiebe, ‘die kaarsjes moeten dikker’.

Iemand kwam binnen, jazeker: wwwwoessj… alle kaarsjes uit. ‘Jongens, dit gaat zo niet langer’, riep iedereen die binnen was. ‘Er bestaan LED-kaarsen met afstandsbediening, dát hebben we nodig’.

‘En wie zal dat betalen?’

‘We moeten crowdfunden!

‘Wat?’

‘Benefieten!’

‘Wat dan?’

‘Een concert! Een orkest! Een band! Een koor…’

Eureka!

‘Eureka!’ Riep Hannes.

‘Nee, erako’, riep Wiebe.

‘Nee Erato’, riep… nou ja, iemand.

Erato-Egmond, koor der koren, zing voor de Slotkapel, zing voor het licht, zing voor de kroonluchters, voor Hannes, voor Wiebe.

Zing voor de LED-kaarsjes op 28 juni in de Slotkapel.

Dirk Blij


21 december 2025

Erato Egmond

Ik ben een ervaring rijker.

Ik had niet gedacht dat het er ooit van zou komen, maar op 21 december jl. gebeurde het dan toch: ik stond, als niet-gelovige, te zingen in de kerk. ‘Toch niet al te religieus?’ riep het stemmetje diep in mij nog. De kerk in kwestie was in dit geval de Slotkapel in Egmond aan den Hoef, niet echt een kerk, maar wel een gebouw dat ooit is neergezet ter verering van het hogere. Heel reli was het overigens niet, hoewel het kussen van Emanuels voeten en het op je knieën vallen voor de engelen, niet in mijn dagelijkse vocabulaire voorkomt.

Toch stond ik het uit volle borst te zingen en ik vond het nog leuk ook. Er zaten overigens ook liedjes tussen die hooguit alleen over kerst gingen, en ja, ik weet waar kerst over gaat en dat het een christelijk feest is, maar het is natuurlijk ook verworden tot een eet- en drinkfestijn. Gezelligheid troef waar je in westerse kringen niet aan ontkomt.

Dus daar stond ik dan, in de Slotkapel, omringd door sopranen, alten en bassen, samen met mede tenoren het hoogste lied te zingen. Gloria in excelsis Deo. Het koor? Erato Egmond. Half november traden mijn vrouw en ik toe. Het was een warm bad waar we in terechtkwamen. We wilden weer zingen zoals we in ons voor-Egmondse leven ook al een tijdje hadden gedaan; in koorverband. In Egmond was het er nog niet van gekomen.

Half november kwam ook het besef dat vier weken om een kerstrepertoire in te studeren best krap was. De overige koorleden waren er al een paar maanden eerder aan begonnen en de achterstand voelde groot. Maar het koor bleek goed georganiseerd. De website bevat naast algemene informatie ook een ledenpagina waar niet alleen partituren op staan, maar waarop ook alle afzonderlijke partijen zijn ingezongen. Notenbalken snap ik een heel klein beetje. Of eigenlijk, ik snap hoe het bedoeld is, wat niet wil zeggen dat ik noten kan lezen. De afgelopen weken liep ik regelmatig met een koptelefoon tegen mijn oren geklemd te luisteren naar minutieus ingezongen tenorpartijen. Sommigen met heldere echte stemmen van mede koorleden, anderen met lachwekkende accenten van AI-gegenereerde stemmen. Het hielp.

Elke dinsdag tijdens de repetitie kwam ik voor mijn gevoel een stapje dichterbij. En zo geschiedde het in die dagen voor kerst dat de door mij te zingen partijen op hun plek vielen.

Met ‘ik ben een ervaring rijker’ bedoel ik denk ik, dat ik niet alleen meer ervaring heb, maar me ook daadwerkelijk rijker voel. Wanneer sta je nou voor een enthousiast publiek te zingen in een uitverkochte Slotkapel? Twee keer achter elkaar nog wel. Het koor als geheel werd overladen met complimenten. Het was heerlijk om er aan te hebben bijgedragen.

Hoe zou zo’n gevoel zich laten omschrijven? Hemels? Zou dát het zijn?

Dirk Blij